Musici worden alom bewonderd en benijd, maar het publiek weet niet
dat achter de passie vaak de pijn schuilt. Beroepsmusici geven
altijd 100 procent en de prijs die ze daarvoor betalen is hoog:
blessures aan handen, rug, schouders en zelfs het gehoor. Vrijwel
geen enkele muzikant kan tot zijn 65e blijven spelen, maar dat is
in de orkestwereld nog steeds niet bespreekbaar. De angst het
orkest, hun liefde, te moeten verlaten of onder te doen voor
collega's is te groot.
In de documentaire De Passie en de Pijn durven de leden
van het Rotterdams Philharmonisch Orkest dit taboe eindelijk te
doorbreken. Openhartig tonen de beroepsmusici het gevecht met hun
lichaam en vertalen hun liefde voor muziek in woorden: muziek tilt
je op, laat je boven jezelf uitstijgen, roert je tot tranen. Even
kunnen ze de wereld om zich heen vergeten, maar eenmaal weer met
beide benen op de grond slaat de pijn bij sommigen opnieuw toe.
Door de intensiteit van het spel vergeten musici vaak op hun
houding te letten. Vooral de drukke speelschema's hebben ziekte en
blessures tot gevolg. Voor de orkestleiding is de planning continue
een gevecht. "We weten dat we in de gevarenzone zitten, maar alleen
concerten leveren geld op, repetities kosten alleen maar geld,"
zegt dirigent Edo de Waart.
De passie en de pijn
regie: Noud Holtman
fotografie: Piotr Kukla N.S.C.
geluid: Alex Booy
montage: Marlene van der Kooi
productie: Marleen Slippens
uitvoerend producent: Fabie Hulsebos
producent: Ireen van Ditshuyzen
foto: Leo Erken
In co-productie met de NPS, kwam tot stand met steun van het
Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties.
2003 - 50 minuten